Opleidingen voor organisaties: dit is de toekomst!

Opleidingen voor organisaties: dit is de toekomst!

Het onderwijs in Nederland is al heel lang op dezelfde leest geschoeid. De systematiek van schooljaren met de verschillende vakanties, zoals de lange zomervakantie, stamt nog uit halverwege de vorige eeuw. Onderwijsvernieuwing in het regulier onderwijs beperkt zich vaak tot individuele initiatieven van vooruitstrevende docenten en tot het binnenhalen van heel veel computers. Digitale lesmethodes vinden hun weg langzaam in het regulier onderwijs, maar echt wezenlijk veranderd het onderwijs daar nog niet door. En dat terwijl de maatschappij in rap tempo verandert en digitaliseert.

Het nieuwe leren
Buiten het regulier onderwijs om, zie je wel veel ontwikkelingen in andere vormen van leren ontstaan. Het LOI, NCOI, etc. hebben het schriftelijk onderwijs inmiddels vervangen door e-learning. Ook veel korte cursussen zijn digitaal te volgen.
Inmiddels is ook veel duidelijk geworden over de nadelen van e-learning. Te veel uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van de deelnemers is niet goed om deelnemers de eindstreep te laten halen. Bij de bovengenoemde instituten slaagt slechts een kleine minderheid. De meerderheid van deelnemers haalt de eindstreep niet.

Het nieuwe leren probeert daar een antwoord op te vinden. Het nieuwe leren onderscheid zich van traditioneel leren door de grote inzet van ICT-middelen. Omdat gebleken is dat alleen digitaal leren niet effectief is, is een nieuwe mengvorm ontstaan die blended learning wordt genoemd. Hierin wordt digitaal leren via internet en de computer aangevuld met face-to-face bijeenkomsten waarbij docent c.q. begeleider en deelnemer elkaar ontmoeten. Zo ontstaat een mooie effectieve manier van leren. Een kleine deel van de “lessen” is persoonlijk en wordt gepland. Veel andere “lessen” zijn naar eigen inzicht van de deelnemer in te delen in tijd en tempo.

De deelnemer aan het werk
Een ander kenmerk van het nieuwe leren is dat het vooral de deelnemer is die werkt, terwijl de docent meer begeleid en processen stuurt en in de gaten houdt. Dat geldt voor dat wat digitaal gebeurt maar ook voor opdrachten die tijdens de bijeenkomsten uitgevoerd moeten worden.

Was de docent in het traditioneel leren nog veel tijd kwijt met voorbereiden en was lesgeven vaak een monoloog van de docent en de deelnemer die moest luisteren, nu gaat de deelnemer aan de hand van een planning, het lesmateriaal, verschillende opdrachten en vragen, zelfstandig aan de slag en is de docent er om vragen te beantwoorden, te begeleiden en te controleren.

Contextrijk
Nieuw is ook dat het nieuwe niet losgezien kan worden van de context waarvoor geleerd wordt. Vaak is het beroep de context die bepalend is hoe, waar en wat geleerd wordt.

Het is dus de kunst om deze vorm van leren op maat toe te passen op de groep waaraan de “lessen” gegeven moet worden. Sommige deelnemers, vaak laagopgeleid, zijn digitaal niet vaardig waardoor de mix van lesvormen, lesmaterialen en didactische methoden anders uitvalt dan voor deelnemers die meer digitaal vaardig zijn.
Bovendien bepaalt het beroep ook hoe je het programma gaat inrichten. Beveiligers zal je bijvoorbeeld anders opleiden dan boekhouders.

Leren in de beroepspraktijk is ook een vorm die steeds vaker voorkomt. Deels zijn dat praktische zaken die je het beste leert door het te doen. Je leert het door te zien hoe een collega het doet bijvoorbeeld of door een docent die in de praktijk “lessen” verzorgt. Voor andere zaken is meer achtergrond of theorie nodig en wordt weer een andere mix gekozen.
Belangrijk is dus te zien dat wat geleerd moet worden en in welke context, bepalend gaat worden voor de manier waarop geleerd gaat worden.

Bij het nieuwe leren ligt dus een grote nadruk op de begeleiding van de deelnemers bij het leren. Ook die begeleiding wordt in een mix van soms digitaal dan weer persoonlijk en veelal op locatie door docenten c.q. begeleiders verzorgd. Het leren voor een beroepsopleiding wordt daarmee leuk en heel praktijkgericht.

Een leven lang leren
Een ander kenmerk van het nieuwe leren is dat het niet meer ophoudt. De maatschappij en de beroepen veranderen zo snel dat er een voortdurend beroep gedaan wordt op de beroepsbeoefenaren om steeds bij te scholen. Soms met kleine cursussen, soms met hele opleidingen, soms met formeel leren maar soms ook met informeel leren, soms met vaardigheidstrainingen, soms met bijscholing, e.d. wordt de kennis op peil gehouden die nodig is om “mee” te kunnen.

Als bedrijf is het je verantwoordelijkheid om je medewerkers, voortdurend te laten leren en ze te faciliteren bij het leren. Als medewerker is het je verantwoordelijkheid om het leren op te pakken en bij te blijven. Het nieuwe leren faciliteert medewerkers en bedrijven om het leren zo efficiënt mogelijk te doen.

Een bijdrage van OrgB opleidingen